Als ik naast het grote hunebed in Borger sta, voel ik me heel klein. Enorme keien, sommige zo zwaar als een vrachtwagen, netjes op elkaar gelegd. Vijfduizend jaar oud. En dan komt altijd dezelfde vraag bij me op: hoe kregen ze dat voor elkaar?
Wat zijn hunebedden?
In Nederland staan nog 54 hunebedden: 52 in Drenthe en 2 in Groningen. Het grootste staat in Borger. Het is ruim 22 meter lang, en de zwaarste steen weegt zo’n 20.000 kilo. De stenen zelf zijn zwerfkeien die in de ijstijd met het ijs vanuit Scandinavië naar ons land zijn geschoven. Volgens de wetenschap werden de hunebedden rond 3000 jaar voor Christus gebouwd door boeren van de Trechterbekercultuur. Die naam komt van hun potten, die de vorm van een trechter hadden.
Het bed van de reuzen
Maar vroeger dachten mensen er heel anders over. In 1660 schreef dominee Johan Picardt uit Rolde dat de hunebedden gebouwd moesten zijn door reuzen. Enorme, sterke en wrede reuzen. Gewone mensen konden zulke stenen immers nooit verplaatsen! In het oude Drents betekende “huyne” ook reus. Hunebed betekent dus letterlijk: bed van de reuzen.
Ik vind het veelzeggend dat de mensen die er het dichtst bij woonden, en het het langst kenden, zeker wisten dat het reuzen waren. Zij hadden die verhalen niet uit een boek. Die waren van generatie op generatie doorgegeven.
Reuzen, overal ter wereld
En hier wordt het voor mij echt interessant. Niet alleen in Drenthe, maar over de hele wereld vertellen oude verhalen over reuzen. In de Bijbel, in Griekse mythen, in Noorse sagen, bij de indianen in Amerika. En overal ter wereld staan bouwwerken van gigantische stenen: Stonehenge in Engeland, de dolmens in Frankrijk, de tempels in Zuid-Amerika. Allemaal gebouwd door mensen zonder machines, zeggen ze ons.
Is het toeval dat bijna elk volk over reuzen vertelt? Of is het een herinnering aan een tijd die wij niet meer kennen? Ik denk dat het goed kan dat de wereld er vroeger heel anders uitzag dan ons geleerd is, en dat de hunebedden daar een stil overblijfsel van zijn.
Wat is er verdwenen?
Wat veel mensen niet weten: vroeger waren er veel méér hunebedden. Mensen sloegen de stenen stuk en gebruikten ze voor wegen, huizen en dijken. Soms werden ze ook vernield omdat men bang was voor deze “heidense” bouwwerken. Pas in 1734 werd het in Drenthe verboden om ze te slopen. Hoeveel er ooit waren, en wat erin zat, zullen we nooit meer weten.
Een andere kijk
Wetenschappers zijn heel duidelijk: de reuzentheorie werd al rond 1713 verlaten. In de hunebedden werden namelijk gewone menselijke botten, as en potscherven gevonden, geen reuzenbotten. En sommige grafkamers zijn gewoon te klein voor reuzen. Volgens archeologen rolden de bouwers de stenen over boomstammen en trokken ze met touwen, dijken van zand en veel mensen. Zwaar werk, maar goed te doen.
Wat denk jij?
Waren de hunebedden het werk van slimme steentijdboeren? Of zit er toch meer achter de oude verhalen over reuzen? Laat het me weten in de reacties!
Dit artikel is deel 6 van de serie Mysterieus Nederland. Lees ook deel 5: De Sint-Elisabethsvloed en het wiegje met de kat.


Geef een reactie