Heb je weleens een game gespeeld waarin je helemaal opging? Dat je even vergat dat je gewoon op de bank zat, met een controller in je handen? Volgens Tom Campbell is dat precies wat wij nu doen. Alleen is de game ons leven, en zijn we zo diep ondergedoken dat we vergeten zijn dat we spelen.
In het vorige artikel liet ik zien waarom Tom denkt dat bewustzijn er eerst was, en materie pas daarna. Nu gaan we een stap verder. Als onze wereld een virtuele wereld is: wie zijn dan de spelers?
Het grote bewustzijn
Tom begint bij het grootste plaatje. Er is één groot bewustzijn. Hij noemt het het “grotere bewustzijnssysteem”. Denk er niet aan als een god met een baard op een wolk. Tom ziet het meer als een enorm systeem van informatie dat kan leren, groeien en kiezen.
Dat grote bewustzijn wilde zich ontwikkelen. En net als in de natuur gaat dat het beste door dingen uit te proberen. Dus deelde het zichzelf op in stukjes. Stukjes bewustzijn die zelf kunnen kiezen en zelf kunnen leren. Tom heeft daar een ingewikkeld Engels woord voor, maar ik noem het gewoon: een stukje bewustzijn.
Jij bent zo’n stukje. Ik ook.

De speler en de avatar
En nu komt het computerspel. Om te kunnen leren, heeft zo’n stukje bewustzijn een omgeving nodig waarin het keuzes kan maken. Een wereld met regels, met gevolgen, met andere spelers. Dat is onze fysieke wereld. Een virtuele wereld, berekend door het grote bewustzijnssysteem.
In die wereld heb je een avatar nodig: een figuurtje waarmee je rondloopt. Dat is je lichaam. Je hersenen horen daar ook bij. Ze zijn een soort ontvanger, de verbinding tussen de speler en het figuurtje in het spel.
Dus:
- De speler is jij, het stukje bewustzijn. Die bestaat buiten het spel.
- De avatar is je lichaam. Dat bestaat alleen binnen het spel.
Je bent dus niet je lichaam. Je bestúúrt je lichaam.

De regels van het spel
Elk spel heeft regels. In een voetbalgame kun je niet ineens gaan vliegen. In onze wereld ook niet. Zwaartekracht, de lichtsnelheid, het feit dat je niet door muren kunt lopen: volgens Tom zijn dat de spelregels van deze virtuele wereld.
Wat wij natuurkunde noemen, is dus eigenlijk het bestuderen van de spelregels. Natuurkundigen zijn in die zin een soort spelers die heel precies uitzoeken hoe het spel in elkaar zit. Nuttig, maar ze kijken alleen naar het spel. Niet naar wie het speelt.
Waarom weten we het niet?
Een logische vraag: als ik een speler ben, waarom weet ik dat dan niet?
Toms antwoord: omdat het spel anders niet werkt. Stel je voor dat je bij elke moeilijke keuze denkt: ach, het is toch maar een spel. Dan leer je er niks van. Pas als het echt voelt, als je keuzes er echt toe doen, kun je groeien. Daarom ben je zo diep in het spel gezogen dat je bent vergeten dat het een spel is.
Het is een beetje als een heel goede film. Je weet ergens wel dat het acteurs zijn, maar je huilt toch.
Game over?
En wat gebeurt er als je avatar doodgaat? Volgens Tom is dat voor de speler geen einde. Het figuurtje stopt, maar de speler niet. Die logt uit, kijkt terug op hoe het ging, en kan later opnieuw instappen met een nieuwe avatar. Alles wat je geleerd hebt, neem je mee. Niet je herinneringen aan dit leven, maar wel wie je bent geworden.
Tom ziet het leven dus niet als een eenmalige kans, maar als een ronde in een lange reeks. Elke ronde een nieuwe kans om te groeien.
Andere spelers
Je bent niet alleen in het spel. De mensen om je heen zijn ook spelers, elk met hun eigen avatar. Dat maakt het spel interessant. Want de moeilijkste en belangrijkste keuzes maak je samen met anderen: hoe ga je met ze om? Help je, of denk je alleen aan jezelf? Juist daar zit volgens Tom de echte les. Maar daarover meer in artikel 5.
Een kritische noot
Het is een mooi beeld, maar je kunt het niet bewijzen door erover na te denken. Critici zeggen dat de vergelijking met een computerspel vooral een metafoor is, en dat een metafoor nog geen bewijs is. Ook is het idee dat je na je dood verder gaat voor veel wetenschappers niet te toetsen. Dat is waar. Tom zelf zegt dat je het alleen kunt onderzoeken door zelf je bewustzijn te verkennen, bijvoorbeeld met meditatie. En daar moet je dan maar je eigen ervaring in vertrouwen.
Wat ik ervan vind
Dit is het stuk van Toms verhaal dat voor mij het meest op zijn plek valt. Het idee van speler en avatar gebruik ik zelf ook al een tijd om naar de wereld te kijken. In het laatste artikel van deze reeks vertel ik waar ik het met Tom eens ben, en waar ik nog een stapje verder ga.
Volgende week: als dit een virtuele wereld is, heeft hij dan ook pixels? Tom denkt van wel.
Dit artikel is deel 3 van de serie Tom Campbell – My Big TOE. Lees ook het vorige deel: Eerst bewustzijn, dan pas materie.
📚 Lees verder
Wil je hier zelf meer over lezen? Deze boeken uit mijn eigen boekenkast raad ik je aan:
- My Big TOE – Thomas Campbell · Bekijk op bol
- The Simulated Multiverse – Rizwan Virk · Bekijk op bol
Meer boeken vind je op Mijn leestips. Koop je via een link, dan krijg ik een klein beetje commissie. Jij betaalt niets extra.


Geef een reactie