Over de hele wereld vind je ze: vestingsteden en forten in de vorm van een ster, met puntige bastions die in een geometrisch precies patroon naar buiten steken. Denk aan Bourtange in Nederland, Palmanova in Italië, of talloze andere voorbeelden in Europa, Amerika en Azië. Binnen de Tartarije-theorie wordt gesuggereerd dat deze stervormige structuren wel eens iets heel anders geweest kunnen zijn dan simpele verdedigingswerken.
De reguliere verklaring: vestingbouwkunde
Volgens de gangbare krijgsgeschiedenis ontstonden stervestingen als antwoord op de opkomst van het kanon. Bekende vestingbouwkundigen als de Nederlander Menno van Coehoorn en de Fransman Sébastien Le Prestre de Vauban perfectioneerden dit ontwerp in de 17e en 18e eeuw: de puntige bastions zorgden ervoor dat verdedigers een aanvaller vanuit meerdere hoeken onder vuur konden nemen, zonder dode hoeken. Vandaar de sterke gelijkenis tussen stervestingen wereldwijd — het was een gedeeld, weloverwogen militair ontwerp.
De alternatieve hypothese: energieknooppunten
Binnen de Tartarije-theorie wordt echter geopperd dat deze structuren, met hun precieze geometrie en vaak centrale positie in een landschap, oorspronkelijk onderdeel waren van hetzelfde vermeende energienetwerk als de koepels en torens uit eerdere artikelen — knooppunten in een wereldwijd systeem, die pas later zijn ‘herbestemd’ als militaire versterkingen toen die oorspronkelijke functie in vergetelheid was geraakt.
Wat de discussie voor mij interessant maakt, is de schaal en precisie waarmee deze sterpatronen zijn aangelegd, vaak nog goed zichtbaar vanuit de lucht. Of dat nu puur voortkomt uit militaire logica of iets anders, blijft een vraag die de moeite van het overdenken waard is.
In het volgende deel van de reeks verlaat ik de architectuur en ga ik in op de zogeheten ‘Moddervloed’-theorie.


Geef een reactie